• Nieuws

    Nieuws

Interviewserie John Knox: wat kan de VN doen? (deel 2)

Het geweld tegen natuurbeschermers wereldwijd neemt toe. Bescherm de natuurbeschermer organiseerde een tweegesprek tussen John Knox, speciaal rapporteur bij de VN over mensenrechten & milieu en daarmee dé wereldwijde ambassadeur voor natuurbeschermers, en mensenrechtenjurist Jan van de Venis, die zich vanuit Nederland inzet voor het recht op een duurzame leefomgeving. In dit tweede artikel in een serie van vier richten ze zich op de vraag: wat kunnen de Verenigde Naties doen om natuurbeschermers te beschermen? (Deel 1 lees je hier).

Jan: Bieden de UN Guiding Principles bescherming aan natuurbeschermers?

Dat is een moeilijke vraag om te beantwoorden. De meeste bedrijven onderschrijven de Guiding Principles die in 2011 formeel werden goedgekeurd door de Mensenrechtenraad. Veel bedrijven hebben goede beleidsregels, op papier althans, waaronder beleidsregels inzake mensenrechtenbeschermers. Voor zover ik weet zijn er geen onderzoeken die analyseren in hoeverre bedrijven zich aan deze normen houden, zeker niet wat betreft natuurbeschermers.

De speciale vertegenwoordiger van de VN die deze Guiding Principles heeft ontwikkeld, John Ruggie, legt sterk de nadruk op het feit dat veel van de mensenrechtenschendingen die wereldwijd door bedrijven worden gepleegd plaatsvinden in de context van milieuschendingen, veelal door de winningsindustrie. Hij wees hierbij vooral naar het verband tussen milieudegradatie en mensenrechtenschendingen. Bedrijven hebben het verband tussen milieubescherming en mensenrechtenbescherming geaccepteerd, vaak in grotere mate dan sommige overheden. Maar ik betwijfel of deze bedrijven er in de praktijk ook echt iets aan doen, of dat het alleen woorden op papier zijn. Wat duidelijk is, is dat veel natuurbeschermers overal ter wereld risico lopen vanwege hun verzet tegen de winningsindustrie en -projecten, maar ook tegen ‘duurzame’ waterkrachtprojecten zoals dammen.

Ik zou graag willen geloven dat de Guiding Principles inderdaad een verschil maken in de bewustwording en de beleidsregels van bedrijven ten aanzien van het respecteren van mensenrechten. De situatie in veel delen van de wereld schetst echter nog altijd een somber beeld.

Hoe kunnen de Verenigde Naties het geweld tegen natuurbeschermers effectiever helpen verminderen?

Dat kan op een aantal manieren. Een manier is om bij landen erop aan te dringen dat ze zich houden aan de bestaande aanbevelingen van de speciale rapporteur voor mensenrechten inzake mensenrechtenbeschermers en in het bijzonder natuurbeschermers. Daarnaast adviseren wij dat het Bureau van de Hoge Commissaris voor de mensenrechten een conferentie in het leven roept voor nationale mensenrechteninstanties. Op die manier kunnen zij de ervaringen met de door hun ontvangen milieuclaims delen, vooral de claims waarbij sprake is van geweld tegen natuurbeschermers. Zo kunnen deze instellingen vervolgens hun capaciteit voor het ontvangen en monitoren van deze claims uitbreiden. Een van de uitdagingen hierin is het aanmoedigen van (inter)nationale mensenrechteninstanties om aandacht te schenken aan milieudossiers. Milieuschendingen en geweld tegen natuurbeschermers worden namelijk nog maar sinds kort gezien als een mensenrechtenkwestie.

Milieuschendingen en geweld tegen natuurbeschermers worden namelijk nog maar sinds kort gezien als een mensenrechtenkwestie.

Verder ben ik van mening dat landelijke instanties druk moeten uitoefenen op internationale financiële instellingen voor erkenning van het feit dat natuurbeschermers vaak in moeilijkheden komen doordat zij protesteren tegen milieuschade veroorzaakt door projecten die gefinancierd worden door de Wereldbank en andere internationale financiële instellingen. Er zit een gat tussen wat financiële instellingen zeggen te doen aan participatie en verantwoording en de realiteit. Wij moeten ervoor zorgen dat financiële instellingen dergelijke bedreigingen en geweldsincidenten in beschouwing nemen. Zij moeten hun steun intrekken voor projecten die zich niet houden aan mensenrechtenstandaarden.

De mogelijkheid van regionale actievoering moet ook niet vergeten worden. Latijns-Amerikaanse en Caribische landen zijn op dit moment in onderhandeling over een verdrag voor toegang tot informatie, participatie en de rechter in een milieucontext. Overwogen wordt om aan het verdrag een aantal bepalingen toe te voegen ter bescherming van natuurbeschermers. Dergelijke bepalingen lossen het probleem niet op, maar spelen wel een cruciale rol in het herstel van een effectieve rechtsorde. Althans, dat hoop ik.

Veel van de landen die problemen ondervinden met de rechtsorde hebben in grote delen van hun land wél een effectieve rechtsorde. Ik denk dat de kern van het probleem in landen zoals bijvoorbeeld Brazilië hem zit in het feit dat de delen van het land waar milieugeweld veel voorkomt ook delen zijn waar de landelijke overheid minder stabiel is of in het verleden minder effectief was in het opleggen van wetgeving. Er zijn dus delen of regio’s in landen, zoals ‘grensgebieden’, bosgebieden of het achterland, waar de rechtsstaat niet bestaat. Zelfs in landen die de rechtsorde respecteren. Het is noodzakelijk dat overheden eisen dat de wet consequent in het gehele land wordt toegepast.

Volgende week publiceren we het derde deel in de serie, waarbij we ingaan op de vraag hoe de zorg voor milieu onderdeel wordt van het systeem.

Wil je in actie komen tegen het toenemende geweld tegen natuurbeschermers?
TEKEN DE PETITIE